Populariteit beschikbare premieregeling vaak ten onrechte
arrow_drop_up arrow_drop_down
27 februari 2019 

Populariteit beschikbare premieregeling vaak ten onrechte

Door: Paul van der Heide

Zelden zie je dat een product zo populair wordt als de beschikbare premiepensioenregeling. Dat is in veel situaties niet terecht en als goed was gerekend zou vaak een alternatief beter passend zijn geweest.

70 procent van de werknemers heeft een middelloonregeling bij een pensioenfonds. Van de overige 30 procent met een bij een verzekering maatschappij ondergebrachte regeling, heeft 39 procent nog steeds een middelloonregeling en bijna 50 procent een beschikbare premieregeling. Het overige deel heeft een combinatieregeling en eindloonregelingen komen nauwelijks meer voor. De populariteit van de beschikbare premieregeling speelt zich af in een klein deel van de markt van pensioenregelingen, waarbij dit naar mijn mening vaak de kleinere ondernemingen zijn.

Als de werknemers, die vijftien of 20 jaar geleden zijn overgestapt naar een beschikbare premieregeling zouden hebben geweten wat ze nu weten, zou geen werknemer hiermee akkoord zijn gegaan. Het heeft rampzalig voor ze uitgepakt. Toch lijken beschikbare premieregelingen bij pensioenadviseurs nog steeds erg populair te zijn.

Rendement en rente

Laten we het eens analyseren. Stel, mijn werkgever heeft vijftien jaar geleden besloten de middelloonregeling om te zetten in een beschikbare premieregeling. Daarbij werd indertijd een bepaald beleggingsrendement bij de nieuwe regeling in het vooruitzicht gesteld. Dit rendement blijkt achteraf door allerlei oorzaken niet gerealiseerd te zijn. Tevens werd toentertijd verondersteld dat de rentestand op pensioendatum bijvoorbeeld vier procent zal zijn, in die tijd nog een normale rente.

De rentestand is inmiddels veel lager dan vier procent. Per saldo komt het erop neer dat mijn pensioen hierdoor 25 procent lager uitkomt. Als het beleggingsrendement ook nog is tegengevallen, dan kan het zelfs meer zijn. Het pensioen dat ons vijftien jaar geleden in het vooruitzicht is gesteld, valt 25 of wellicht zelfs 35 procent tegen. Elke werknemer die in de achterliggende decennia heeft deelgenomen aan een beschikbare premie regeling, is daarin zwaar teleurgesteld.

Kon je dit dan tien jaar geleden ook zien aankomen? Ja, dat kon je goed voorspellen. De rente daalde al decennia lang en er was geen reden om aan te nemen dat die trend gebroken zou worden. Beleggingen zijn in de jaren daarvoor enorm in waarde toegenomen, alleen niet bij beschikbare premieregelingen. De verzekerden profiteerden hier nauwelijks van, want de kosten die in rekening werden gebracht waren zo hoog dat er feitelijk geen rendement kon worden behaald. Denk hierbij aan de woekerpolisaffaire, die ook van toepassing is op veel pensioenverzekeringen.

Is de situatie nu anders?

Door wetgeving zijn de beleggingsmogelijkheden met de intrede van lifecyclefondsen in 2008 aan banden gelegd en vanuit werknemersperspectief veiliger. Provisie is verboden, dat heeft wel enig positief effect op de kosten gehad. Echt inzicht in de kosten die in rekening worden gebracht krijgen we nog steeds niet. Verzekeraars laten de kosten zien die zijzelf verrekenen in de koers van de lifecyclefondsen (ook wel de buitenring genoemd). Niet inzichtelijk zijn de kosten die weer worden verrekend in de fondsen waarin de lifecyclefondsen zelf weer beleggen (ook wel de binnenring genoemd).

Daarnaast lopen werknemers een enorm risico ten aanzien van lang leven. De kans is aanwezig dat de levensverwachting in de komende jaren aanzienlijk zal toenemen. Door een langere levensverwachting ontvang je bij een beschikbare premieregeling als deelnemer ook een aanzienlijk lager pensioen. Dit risico wordt in de praktijk niet doorgerekend, maar daar word je als deelnemer wel mee geconfronteerd.

Is er een alternatief?

Toch adviseren pensioenadviseurs nog steeds standaard beschikbare premie. Als belangrijkste argument wordt hierbij genoemd dat de werkgever hierbij geen risico meer heeft op stijging van de pensioenlast. Dat is bij een middelloonregeling voor een werkgever evengoed te bewerkstelligen, maar het vergt wat creativiteit. Regelingen zijn zo vorm te geven dat ze hetzelfde budgetafbakeningseffect hebben zoals dat bij pensioenfondsen gebruikelijk is bij zogenaamde CDC-regelingen.

De laatste tijd worden de middelloonregelingen die nog bij verzekeraars lopen soms omgezet naar beschikbare premieregelingen. Ik zou willen zeggen: ‘Bezint eer ge begint.’ In alle jurisprudentie die nu loskomt over pensioen gaat het meestal over werkgevers die door hun werknemers worden aangesproken op te hoge verwachtingen in beschikbare premieregelingen. En werknemers krijgen opvallend vaak gelijk.

Reactie plaatsen