Page content

Santé: pensioenadviseurs toosten op 2016

Geschreven door Paul van der Heide

2016 en de daaropvolgende jaren kunnen spectaculair worden voor de pensioenadviesbranche. Waren er in 2010 nog 2.500 ‘pensioenadviseurs’, dat aantal is nu teruggelopen tot 700. Een hele markt is vrijgevallen. Iets voor accountantskantoren?

Santé‘Pensioenadviseurs’ heb ik tussen aanhalingstekens gezet, omdat bijna iedere tussenpersoon zich zo noemde, al had hij maar een enkele pensioenpolis. Hoe het ook zij, degenen die zijn overgebleven hebben in ieder geval veel meer kennis dan de gemiddelde adviseur van een paar jaar geleden.

In 2016 zal naar alle waarschijnlijkheid het pensioen in eigen beheer voor de dga ten grave worden gedragen. Het ligt voor de hand dat met ingang van het boekjaar 2017 pensioenreservering niet langer in eigen beheer wordt gefaciliteerd. Of dat erg is, vraag ik me af: het pensioen in eigen beheer was uiteindelijk vaak alleen een fiscale reservering. Door de lage rentestand neemt de economische waarde van de pensioenverplichting enorme vormen aan. Als een dga bijvoorbeeld op dit moment pensioneert, is de pensioenverplichting meer dan het dubbele van wat er aan reserve staat; in veel situaties echt een probleem.

Veel advieswerk zal er in 2016 te verrichten zijn voor het aanpassen van het dga-pensioen aan de nieuwe regels. Daarom belooft het een goed jaar te worden voor iedereen die zich met dga-advisering bezighoudt. De keerzijde: na 2016 is het dan ook echt afgelopen met die dga-advisering.

Individuele keuzes

Daarnaast wil de overheid zich de komende jaren opnieuw oriënteren op de toekomst van het pensioenstelsel in Nederland. Individuele keuzes staan centraal, mensen moeten meer keuzevrijheid krijgen. Daar wordt euforisch over gedaan, maar in de praktijk blijkt dat als deelnemers aan pensioenregelingen keuzes krijgen, ze er geen gebruik van maken. De enige keuzes die men belangrijk vindt, is het moment van ingaan van het pensioen, het variëren in de hoogte van het pensioen en de mogelijkheid er extra voor te kunnen sparen. Dat is wat werknemers willen en dit zijn dan ook de enige punten waar het in de politieke discussie over gaat. Uit alle onderzoeken blijkt telkens weer dat werknemers verder gewoon willen dat het goed geregeld is. Met zaken als beleggingskeuzes of het al dan niet verzekeren van het partnerpensioen wil men gewoon niet bezig zijn. Uitzonderingen daargelaten natuurlijk. Naar mijn mening zal het flexibiliseren van pensioen dan ook niet zo verschrikkelijk veel voorstellen.

Verplichtstelling

Wel gaan er stemmen op de wetgeving ten aanzien van bedrijfstakpensioenfondsen te wijzigen. Per sector zou de verplichtstelling voor de pensioenregeling weliswaar blijven bestaan, maar in overleg met de werknemers zou de werkgever kunnen kiezen wie de pensioenuitvoerder wordt. Voor bijvoorbeeld de metaalindustrie blijft dan wel een 1,875 procent pensioenopbouw met indexatie verplicht, maar een dergelijke contract kan dan bij elk fonds collectief worden afgesloten. In dit voorbeeld dus ook bij ABP, om maar iets te noemen. Of bij een particuliere verzekeringsmaatschappij.

Deze wijzigingen zullen op zijn vroegst in 2020 worden ingevoerd, maar komen in ieder geval neer op een enorme uitbreiding van de adviesmarkt. Alle reden dus voor pensioenadviseurs om te toosten op het nieuwe jaar – en de jaren daarna. Nu nog op zoek naar voldoende collega’s om al dat werk gedaan te krijgen.