arrow_drop_up arrow_drop_down
18 juni 2014 

Nettolijfrente: vrijwillig, maar toch verplicht?

Op 13 juni jl. heeft de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een tweede Nota van wijziging betreffende de Verzamelwet pensioenen 2014 naar de Tweede Kamer gestuurd.
De eerste Nota van wijziging had hoofdzakelijk betrekking op het toevoegen van delegatiebepalingen in de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling betreffende de uitvoering van de nettolijfrente door pensioenfondsen.

Volgens de Staatssecretaris SZW zou het feit, dat de nettolijfrente in de tweede pijler niet onder de omkeerregel zal vallen, impliceren dat werkgevers niet zouden kunnen worden verplicht om deze vrijwillige regeling aan te bieden aan werknemers met een inkomen boven de € 100.000,–. In de onderhavige nota van wijziging wordt thans voorgesteld om, in navolging van de vrijwillige pensioenregeling, verplichtstelling ook te laten gelden voor de nettolijfrente in de tweede pijler.

De argumentatie is dat, hoewel de nettolijfrente een vrijwillige regeling is die (in tegenstelling tot de vrijwillige pensioenregeling) weliswaar niet onder de omkeerregel valt, deze wel fiscaal is gefaciliteerd. Verplichtstelling laat in alle gevallen de keuze van de deelnemer om wel of niet aan een vrijwillige regeling deel te nemen, onverlet.

Volgens de Staatssecretaris SZW betreft het hier louter een technische aanpassing die in lijn is met de regelgeving inzake verplichtstelling aan bedrijfstakpensioenfondsen en beroepspensioenregelingen.

Bron: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2014/06/13/tweede-nota-van-wijziging-verzamelwet-pensioenen-2014.html

Nieuwsflits nr. 17, 18 juni 2014

Reactie plaatsen