arrow_drop_up arrow_drop_down
5 november 2016 

Geen allocatiefunctie besloten in definitie uitzendovereenkomst

Met enige vertraging heeft de Hoge Raad gisteren arrest gewezen in een tweetal zaken die betrekking hebben op de vraag of de “allocatiefunctie” een constitutief vereiste is voor het bestaan van een uitzendovereenkomst. Een van de zaken betreft de procedure van Care 4 Care Human Resources (C4C) tegen het Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (StiPP).

In artikel 7:690 BW wordt de uitzendovereenkomst gedefinieerd als een arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer door de werkgever, in het kader van het beroep of bedrijf van de werkgever ter beschikking wordt gesteld aan een derde om krachtens een door deze aan de werkgever verstrekte opdracht arbeid te verrichten onder leiding en toezicht van de derde. Deze omschrijving beperkt zich volgens de Hoge Raad niet tot het enkel bij elkaar brengen van vraag en aanbod naar tijdelijke arbeid (ziek & piek). Een dergelijke beperking blijkt volgens de Hoge Raad ook niet uit de wetsgeschiedenis. Met dit arrest geeft de Hoge Raad niet alleen uitleg aan artikel 7:690 BW, maar ook aan artikel 7:691 BW. Deze bepalingen werden in de rechtspraak en de literatuur verschillend uitgelegd. Verder overweegt de Hoge Raad in de zaak van C4C dat voor zover de toepassing van de regels van art. 7:691 BW in ‘nieuwe’ driehoeksrelaties (zoals payrolling) zou leiden tot resultaten die zich niet laten verenigen met hetgeen de wetgever bij de regeling van de hierboven genoemde artikelen voor ogen heeft gestaan, is het in de eerste plaats aan de wetgever om hier grenzen te stellen. Echter, ook de rechter dient de regels zo uit te leggen dat strijd met de ratio van die regels wordt voorkomen, dan wel dat hij een beroep op die regels naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan oordelen. In de onderhavige zaak is dit volgens de Hoge Raad niet aan de orde.

Bron: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:2356
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:2496

Nieuwsflits nr. 16, 5 november 2016.

Reactie plaatsen