“Contouren AOW-overbruggingsregeling”

“Contouren AOW-overbruggingsregeling”

In haar brief van donderdag 24 januari jl. informeert de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Eerste en Tweede Kamer over de contouren van de AOW-overbruggingsregeling die als overgangsmaatregel in het Regeerakkoord is voorgesteld.

Voor mensen die een sociale zekerheidsuitkering ontvangen, is in de aanpassingswetgeving reeds geregeld dat deze uitkering zal doorlopen tot de voor hen geldende (verhoogde) AOW-leeftijd. Echter, ook mensen met een aflopende VUT- of prepensioenuitkering kunnen te maken krijgen met een inkomensgat door de geleidelijke verhoging van de AOW-leeftijd vanaf 1 januari 2013.

Op grond van het Regeerakkoord komen voor een overbruggingsuitkering in aanmerking: deelnemers aan VUT- of prepensioenregelingen die voor 1 januari 2013 zijn ingegaan. Onder deze regelingen vallen:

  • VUT-regelingen
  • prepensioenregelingen
  • overbruggingspensioenen
  • regelingen op basis van functioneel leeftijdsontslag

In de brief van de Staatssecretaris worden, in aanvulling op het Regeerakkoord en in het kader van (rechts)gelijkheid, thans ook de navolgende doelgroepen aangewezen:

  1. (voormalig) zelfstandigen met een lopende arbeidsongeschiktheidverzekeringsuitkering;
  2. mensen met een lopende private Anw-hiaatverzekeringsuitkering of -pensioen;
  3. mensen met een lopende private WIA/WGA-verzekeringsuitkering;
  4. mensen met een lopende lijfrente-uitkering;
  5. mensen met een lopende periodieke uitkering uit een levensloopregeling;
  6. mensen met een lopend aanvullend pensioen, welke op 65-jarige leeftijd wordt verlaagd in de verwachting dat de AOW het (inkomens)gat opvult.

Wanneer komt iemand voor de overbruggingsuitkering in aanmerking?

  • Iemand behoort tot een van de bovengenoemde doelgroepen;
  • Iemand heeft daadwerkelijk AOW-rechten opgebouwd;
  • Er vindt een (eenmalige) ‘inkomenstoets’ plaats bij de (eventueel) gerechtigde en zijn/haar partner. De grens ligt op 150% van het wettelijk bruto minimumloon.
  • Er vindt een ‘vermogenstoets’ plaats bij de (eventueel) gerechtigde en zijn/haar partner. Voor de bepaling van de hoogte van het vermogen wordt aansluiting gezocht bij de grens van het Box 3- vermogen in de Wet IB 2001.

Inhoud en voorwaarden van de overbruggingsregeling:

  • De maximale uitkeringshoogte bedraagt het niveau van het sociaal minimum, met dezelfde normensystematiek als de AOW. Dat wil zeggen: drie uitkeringsnormen gekoppeld aan de samenstelling van het huishouden (gehuwd, alleenstaand of alleenstaand met inwonend minderjarig kind);
  • De hoogte van de overbruggingsuitkering, inclusief de partneruitkering (naar analogie van de partnertoeslag), is afgeleid van het aantal verzekerde jaren in de opbouwperiode, overeenkomstig de AOW-systematiek;
  • De overbruggingsuitkering, inclusief de partneruitkering, overtreft nooit de hoogte van de VUT- of prepensioenuitkering of de uitkering uit een andere inkomensregeling die recht geeft op de overbruggingsuitkering;
  • Sociale uitkeringen (inclusief aanvullend pensioen) worden volledig in mindering gebracht op de overbruggings- en partneruitkering. Inkomen uit arbeid wordt voor een gedeelte vrijgelaten, overeenkomstig de AOW-systematiek voor de partnertoeslag.

Om de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de overbruggingsregeling zorgvuldig te kunnen laten uitvoeren, zal deze volgens de Staatssecretaris in de tweede helft van 2013 in werking treden, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2013.

Bron: Ministerie van SZW

Nieuwsflits nr. 4, 29 januari 2013