Bijzonder partnerpensioen bij vooroverlijden gewezen partner
arrow_drop_up arrow_drop_down
13 februari 2014 

Bijzonder partnerpensioen bij vooroverlijden gewezen partner

Op 10 januari jl. heeft de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het wetsvoorstel Verzamelwet Pensioenen 2014 naar de Tweede Kamer gestuurd. In de Verzamelwet zijn technische en enkele op het oog minder belangrijke beleidsmatige wetswijzigingen op het gebied van pensioenen opgenomen.

Een onderdeel van de wijzigingen in de Verzamelwet echter betreft de positie van het bijzonder partnerpensioen (artikel 57 Pensioenwet) bij het eerdere overlijden van de gewezen partner. Bij scheiding verkrijgt de gewezen partner een aanspraak op bijzonder partnerpensioen. Onder ‘scheiding’ wordt in artikel 1 Pensioenwet verstaan de echtscheiding, ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed of beëindiging van een geregistreerd partnerschap (…).

Normaliter vervalt, in het geval van vooroverlijden van de gewezen partner, de waarde/aanspraak van het bijzonder partnerpensioen aan het collectief van de deelnemers bij een bedrijfstak- /ondernemings pensioenfonds of aan de verzekeraar. Door deze wetswijziging maakt de Staatssecretaris het mogelijk deze waarde/aanspraak weer terug te laten vloeien naar de (gewezen) deelnemer zelf.

Aan artikel 57 van de Pensioenwet alsmede artikel 68 van de Wet Verplichte Beroepspensioenregeling wordt hiertoe een nieuw zesde lid toegevoegd, dat dit terug laten vloeien naar de (gewezen) deelnemer mogelijk maakt. Mits dit ook zo is bepaald in de pensioenovereenkomst!

Bron: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2014/02/10/verzamelwet-pensioenen-2014.html

Nieuwsflits nr. 6, 13 februari 2014

Door

J Simons

op 21 January 2019

De toevoeging "Mits dit ook zo is bepaald in de pensioenovereenkomst!" maakt dit wetgevend artikel - lid volstrekt zinloos. In de praktijk zal zo niet de wetgevende overheid, maar de betrokken vakorganisaties bepalend zijn. In de praktijk zullen immers pensioenfondsen, die dit al deden het blijven doen en pensioenfondsen, die het nog niet deden zullen dit nu ook niet van plan zijn te gaan doen. Waarom zouden ze? De wetgever wil wat betreft pensioenfondsen, waaraan deelname nota bene ook vaak wettelijk verplicht is, van uit maatschappelijke verantwoordelijkheid terecht heel veel kunnen uitmaken, maar er voor zorgen dat er dan ook eens een redelijke uniformiteit in regelingen komt, laat men ook nu weer voorbijgaan.

Reactie plaatsen