arrow_drop_up arrow_drop_down
29 juni 2017 

Antwoord op Kamervragen inzake uitspraken Europese Hof van Justitie in relatie tot het Staffelbesluit

Staatssecretaris Klijnsma heeft 26 juni een brief aan de Kamer gezonden waarin zij Kamervragen met betrekking tot de uitspraken van het Europese Hof van Justitie in relatie tot het Staffelbesluit  beantwoord.

Het arrest

In het arrest van het Europese Hof van Justitie van 16 april 2016 (Dansk Industri/Karsten Eigil Rasmussen) worden actuariële berekeningen voor pensioen uitgesloten als zelfstandige rechtvaardiging voor  leeftijdsonderscheid. In het Staffelbesluit zijn de pensioenpremies voor oudere werknemers hoger dan de pensioenpremies voor jonge werknemers. Dit is leeftijdsonderscheid en op zich verboden. Hiervoor is een uitzondering gemaakt in de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (Wgbl).

De staatssecretaris geeft in haar antwoorden aan dat het Staffelbesluit getoetst is aan internationale wetgeving op het gebied van gelijke behandeling. Er is sprake van een rekenkundige toetsing die leidt tot een gelijk eindresultaat ongeacht leeftijd. De uitspraken vormen dan ook geen aanleiding om het Staffelbesluit in te trekken of aan te passen, omdat het in het Staffelbesluit gehanteerde leeftijdsonderscheid objectief kan worden gerechtvaardigd. Een belangrijk element van de objectieve rechtvaardiging is dat het verschil in premiepercentages voor beschikbare premieregelingen is gericht op een per ingelegde euro gelijk pensioenresultaat op pensioeningangsdatum.

De staatssecretaris geeft echter wel aan dat uit de uitspraken van het Europese Hof van Justitie van 26 september 2013 en 19 april 2016 kan worden afgeleid dat de uitzondering op het verbod van leeftijdsonderscheid, die is vastgelegd in artikel 8, derde lid, van de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (Wgbl), bij nader inzien geen juiste implementatie is van de Europese Richtlijn waarop de Wgbl gebaseerd is.

Gevolgen

De mogelijke gevolgen van de arresten zijn de afgelopen periode in overleg met sociale partners en pensioenuitvoerders onderzocht. Naar de huidige inzichten hebben de arresten geen gevolgen voor het pensioenstelsel en voor werkgevers die met het Staffelbesluit werken. Voor het gebruik van leeftijdsgrenzen in actuariële berekeningen kan immers worden teruggevallen op de algemene uitzondering van artikel 7, eerste lid, onderdeel c, van de Wgbl, als een objectieve rechtvaardiging aanwezig is.

De arresten hebben gevolgen voor de Wgbl, daarom zal de komende tijd worden onderzocht hoe de Wgbl aangepast kan worden, zodat deze in overeenstemming is met de Europese Richtlijn (2000/78/EG).

Bron:www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2017/06/26/beantwoording-kamervragen-over-de-uitspraak-dansk-industri-karsten-eigil-rasmussen

Nieuwsflits, nr 19 d.d. 29 juni 2017

Reactie plaatsen