Rechter oordeelt over pensioenadvies en waardeoverdracht
19 februari 2016 

Rechter oordeelt over pensioenadvies en waardeoverdracht

Rechter oordeelt over pensioenadvies en waardeoverdracht

Op 9 februari 2016 heeft het Gerechtshof Den Haag een belangrijke uitspraak gedaan over een wijziging van de pensioenregeling waarbij tevens waardeoverdracht heeft plaatsgevonden. Kort samengevat: de werkgever wijzigde zijn eindloonregeling in 1999 naar een beschikbare premieregeling en hierbij werd tevens (op basis van individuele keuzes) de waarde van de reeds opgebouwde aanspraken overgedragen naar de (verzekeraar van) de beschikbare premieregeling. Drie werknemers waren het, nadat zij aanvankelijk hadden ingestemd, om diverse redenen niet eens met deze wijziging van de pensioenregeling. Zo zou er onvoldoende informatie zijn verstrekt over de gevolgen voor het nog op te bouwen pensioen, waren voorbeeldberekeningen te optimistisch weergegeven en was hen niet duidelijk dat door de waardeoverdracht hun gehele pensioenvermogen kwam bloot te staan aan bijvoorbeeld langleven- en beleggingsrisico’s.

In hoger beroep bevestigde het Hof het oordeel van de rechtbank dat, in dit specifieke geval, de werkgever zich bij de wijziging als een goed werkgever in de zin van artikel 7:611 BW had gedragen en dat de wijziging ten opzichte van de betreffende deelnemers rechtsgeldig was. Van groot belang hierbij is dat de werknemers in deze casus beroepshalve werden verondersteld bekend te zijn met de risico’s zoals sterfte, rente en beleggingen. Ten aanzien van de waardeoverdracht oordeelde het Hof echter dat de werkgever de betreffende werknemers had dienen te waarschuwen dat met deze waardeoverdracht een groot risico werd genomen, doordat het gehele pensioen in de risicodragende sfeer terecht zou komen. Daar kwam nog bij dat de gehanteerde voorbeeldberekeningen geen juist beeld gaven van het verschil tussen wel of geen waardeoverdracht. De werkgever, die aansprakelijk werd gehouden voor de hieruit voortvloeiende schade, had zijn pensioenadviseur in vrijwaring opgeroepen en deze werd door het Hof uiteindelijk verantwoordelijk gehouden voor de onjuiste en onvolledige informatie inzake de waardeoverdracht. Voor pensioenadviseurs een belangwekkende uitspraak, waarbij het de moeite waard is om nog eens kritisch te beoordelen of in voorkomende gevallen het pensioenadvies voldoende duidelijke en juiste informatie geeft over de gevolgen van waardeoverdracht.

Deze uitspraak is van grote betekenis voor de pensioenpraktijk. De uitspraak biedt veel aanknopingspunten voor werknemers om nadat in de loop der tijd allerlei wijzigingen in pensioenregelingen zijn aangebracht, alsnog schade te vorderen. Deze schade lopen zij op doordat de oorspronkelijke pensioentoezegging niet nagekomen wordt en er (zoals in de praktijk blijkt) onvoldoende informatie is verstrekt over de gevolgen van de wijzigingen.

Bron: uitspraken.rechtspraak.nl/#snelzoeken/?zoekterm=ECLI:NL:GHDHA:2016:231

Nieuwsflits, nr. 2 d.d. 19 februari 2016

Reactie plaatsen